Ik houd van structuur Als ik een nieuwe roman opstart, maak ik eerst een globaal overzicht van de hoofdstukken en bepaal ik welke gebeurtenissen waar ongeveer plaatsvinden. Daarna begin ik met het eerste hoofdstuk. Vervolgens schrijf ik hoofdstuk twee, hoofdstuk drie, enzovoort. Natuurlijk verandert er onderweg van alles. Personages ontwikkelen zich soms anders dan ik had verwacht en er komen nieuwe ideeën bij. Maar de grote lijn blijft meestal overeind en die schrijf ik chronologisch.
Bij mijn nieuwe roman is dat anders.
Al na de eerste twee hoofdstukken voelde ik dat deze aanpak niet zou werken. Niet omdat ik het overzicht kwijt was, maar omdat het verhaal zelf om een andere werkwijze vroeg.
Deze roman kent drie verhaallijnen, met drie verschillende hoofdpersonen. Eén speelt zich af in het heden, deels in Spanje. Een tweede speelt zich af in de tweede helft van de jaren zestig. De derde begint eveneens in die periode en loopt vervolgens door naar het heden. Drie levens die met elkaar verbonden zijn.
Ik merkte al snel dat ik het lastig vond om van voor naar achteren te schrijven
Daarom ben ik deze keer anders gaan werken.
Ik ben begonnen met de verhaallijn in het heden. Daarvan ligt er inmiddels een eerste versie De tweede verhaallijn, die zich afspeelt in de tweede helft van de jaren zestig, vraagt om veel voorbereiding. Ik wil niet alleen de feiten laten kloppen, maar ook de sfeer van die tijd goed treffen.
Dus ben ik weer volop aan het lezen. Romans uit die periode, zoals Nooit meer slapen van W.F. Hermans en Nader tot U van Gerard Reve, helpen me om het taalgebruik en de tijdgeest te proeven. Daarnaast zoek ik oude jaarboeken op en bekijk ik films en documentaires. Hoe zagen huizen eruit? Welke muziek klonk op de radio? Waar maakten mensen zich druk om? Juist die kleine details maken een verhaal geloofwaardig. (Wie herkent bijvoorbeeld nog het lepeltje Buisman in de koffie?)
Ik merk dat dit onderzoek meer is dan het verzamelen van feiten. Het helpt me om in de huid van mijn personages te kruipen. Om te begrijpen hoe zij naar de wereld keken, welke dromen ze hadden en welke keuzes voor hen vanzelfsprekend waren.
Waarschijnlijk pak ik mijn volgende roman weer op de vertrouwde manier aan en begin ik gewoon bij hoofdstuk één. Maar voor dit verhaal voelt deze aanpak precies goed. Het bevestigt voor mij opnieuw dat niet de schrijver, maar uiteindelijk het verhaal bepaalt hoe het verteld wil worden.












