
Terwijl ik dit schrijf, zit ik buiten bij het huisje van mijn schrijfvriendin in Denia. De ochtendzon is aangenaam, er waait een fris briesje en verderop klinkt het gelach van kinderen die in het zwembad spelen. Voor veel mensen is dit een vakantiebestemming waar je helemaal tot rust komt. Voor mij is het deze week vooral een plek om te schrijven.
Elke ochtend gaat de laptop open. Niet met het doel om een vooraf vastgesteld aantal woorden te halen, maar om verder te werken aan verschillende projecten. De tweede versie van een manuscript, een nieuw kort verhaal en, zoals je nu merkt, een blog. Soms dienen de woorden zich moeiteloos aan. Op andere dagen bestaat het werk vooral uit schrappen, nadenken en opnieuw beginnen.
In de loop der jaren heb ik geleerd dat schrijven niet alleen gebeurt achter een toetsenbord. Sterker nog, de beste ideeën ontstaan vaak juist wanneer ik even opsta.
Waar ik vroeger regelmatig naar Italië vertrok om te schrijven, is Spanje de laatste jaren mijn favoriete bestemming geworden. Hier lijkt de tijd net iets langzamer te gaan. Na een paar uur geconcentreerd werken is het tijd voor de lunch en aan het eind van de middag gaan we naar de oude stad. Op een terras luister ik onwillekeurig naar gesprekken om me heen. Ik zie mensen elkaar begroeten, observeer een blik of een klein gebaar en vraag me af welk verhaal daarachter schuilgaat. Juist zulke momenten voeden mijn verbeelding. Ze herinneren me eraan dat verhalen overal te vinden zijn, als je maar goed kijkt.
Drie jaar geleden bleek zo’n schrijfvakantie het begin van de e-novelle Bitch!. Daarna volgden meerdere ‘Tussendoortjes’ voor De Verhalenfabriek en daarnaast schreef ik verschillende korte verhalen. Achteraf zie ik daarin een patroon. Een schrijfvakantie levert zelden alleen veel woorden op; vaak ontstaat er ook ruimte voor nieuwe ideeën of krijgt een verhaal dat al langer sluimerde ineens vorm.
Dat is deze keer niet anders.
Ik werk aan meerdere projecten en merk dat de dagen vanzelf hun eigen ritme vinden. Soms schrijf ik uren achter elkaar. Op andere dagen lees ik meer dan ik schrijf. Niet alleen romans, maar ook de hoofdstukken die mijn vriendin schrijft. We bespreken elkaars werk, stellen vragen en geven elkaar feedback. Juist zo’n frisse blik van een andere schrijver helpt om scherper naar je eigen tekst te kijken.
Ook dat hoort bij een schrijfvakantie. Lezen, observeren, nadenken én het gesprek aangaan over verhalen zijn minstens zo belangrijk als het daadwerkelijk typen van de woorden.
Misschien is dat wel het grootste cadeau van een schrijfvakantie. Niet dat je per se meer produceert dan thuis, maar dat je de tijd neemt om volledig in een verhaal op te gaan. Zonder de afleiding van alledag. Zonder op de klok te kijken.










