Schrijftijd

hourglass-1290532__480

‘Wat was het moeilijkste bij het schrijven van uw boek?’ Die vraag kreeg ik tijdens een lezing en ik antwoordde met een verhaal over het structureren en doseren van informatie. Het bouwen van een verhaal vraagt veel aandacht en ambachtskunst. Later die avond realiseerde ik me dat dit niet het échte probleem is. Verteltechnieken krijg ik steeds meer in de vingers, maar er is een ander, wezenlijker struikelblok waar ik tegen aan loop: hoe vind ik de tijd  – en de rust – om te schrijven?

Dubbele pet
Naast het schrijven van verhalen heb ik namelijk nog een ander, werkzaam bestaan. En dat arbeidzame leven slokt veel van mijn tijd en aandacht op, waardoor het schrijven er te vaak bij in dreigt te schieten. Hoe doen anderen dat? Een korte rondvraag in mijn omgeving leerde me dat ik niet de enige bent die hiermee worstelt. Ideeën zijn er genoeg – wat vaak ontbreekt is tijd om ze op papier te krijgen. Zelfs gevestigde auteurs is het niet altijd gegeven fulltime schrijver te zijn. Soms combineren ze hun schrijverschap met activiteiten als docent of begeleider van beginnende auteurs. Of hebben ze bijbanen als postbode of nachtportier. En zelfs áls ze fulltime schrijver zijn: hoe productief ben je als je acht uur per dag tot je beschikking hebt? Besteed je die aan die éne roman, of komen er andere klussen tussendoor? Columns die ingeleverd moeten worden, overleg met een redacteur – ook dat hoort bij het schrijverschap.

Asociaal?
Ook als er geen carrières zijn die een beroep op je doen, komt het echte leven er vaak tussendoor. Je kunt een gezin hebben met (kleine) kinderen of hulpbehoevende ouders moeten bijstaan. Er kunnen vrienden zijn die een beroep op je doen. Een partner die je verwent met een uitje op een moment dat je zelf het liefst aan je verhaal had willen werken. Om maar te zwijgen van de grote drama’s in het leven: ernstige ziektes, echtscheidingen, sterfgevallen. Soms lees je dat je als schrijver dan maar asociaal moet zijn en voor jezelf moet kiezen. Hoe doe je dat in een tijd waarin sociale netwerken dankzij voortschrijdende media groter zijn dan ooit?

Schrijfritme
Schrijven is een individueel proces, voor iedereen werkt het anders. De één werkt het liefst ’s morgens, een ander gaat tot diep in de nacht door. Sommigen hebben een vaste schrijfdag in de week, anderen schrijven het liefst iedere dag, en een enkeling gebruikt een vakantie om een roman vorm te geven. De één werkt aan verhalen in een drukbezocht café of met de laptop op schoot terwijl de rest van het gezin tv kijkt. Een ander heeft behoefte aan meer afzondering. Veel medeschrijvers droomden van een (schrijf)blokhutje in de tuin, een eigen kamer, een kantoor buitenshuis of een schrijfretraite.

Wat werkt voor mij?
In de afgelopen jaren heb ik twee belangrijke persoonlijke ontdekkingen gedaan. Ik schrijf het liefst ’s morgens, als ik nog half in de nacht zit, voor de wereld mijn aandacht opeist. Én het werkt voor mij het beste als ik íedere dag kan schrijven, al is het maar een kwartiertje. Iedere dag éven contact maken met het verhaal en er op vertrouwen dat het schrijfproces in mijn onderbewustzijn de rest van de dag doorgaat. Het lukt niet altijd en in periodes waarin mijn werkzame leven zich in al haar hectiek doet gelden is mijn dagelijkse schrijfmoment het eerste dat ik opgeef. Dit zijn de dagen van goede voornemens. Voornemens waarvan het ongelooflijk moeilijk is ze ook echt wáár te maken en ik zal mezelf er dan ook regelmatig aan moeten herinneren. Maar ik ga er voor: mijn dagen beginnen met schrijven.

Geplaatst in Geen categorie | 5 reacties

Volg je hart?

Ben je ooit te oud om iets nieuws te ondernemen? Onze levensverwachting stijgt gestaag,  toch worden we vanaf ons 50ste genadeloos ingedeeld bij de senioren. Kun je de wereld dan nog veroveren als aanstormend talent? En, als men vindt dat het niet kan, waarom zou je het nog proberen?

 Te oud
De sportschool organiseert speciale fitnesstrainingen, er zijn aparte tijdschriften voor ouderen en er wordt zelfs een 50Plus beurs georganiseerd. We zien beelden van stralende, energieke ouderen – maar toch knaagt er iets. Want de 75-jarige die zijn eerste parachutesprong maakt, noemen we roekeloos. En de vrouw van 68 die op een zware BMW-motor door de straat scheurt maakt zichzelf vooral belachelijk. En hoe zat het met die veelbelovende zanger, die ooit bij een van de vele talentenshows vroegtijdig werd weggestemd? De motivatie? Zijn toekomst lag voornamelijk achter hem.

Parachute

Jeugddroom
Al jaren speelt mijn werkzame leven zich af in de administratieve sector. Niet dat ik er ooit van droomde boekhoudster te worden. Journaliste wilde ik zijn. Verslag doen van het onrecht, reizen naar de brandhaarden van de wereld. Of, liever nog, schrijfster. Een rustig, beschouwend leven. De wereld verrassen met mooie verhalen.

Het leven kwam er tussendoor. Er moest geld verdiend worden, want de huur van mijn kamer kwam iedere maand terug. Later was er een huis, en de hypotheek. Er kwamen kinderen die zorg nodig hadden.

Het vak waarin ik min of meer toevallig verzeild was geraakt, bleek een goede basis. En dus verdien ik tot op heden mijn geld op een gedegen, soms ietwat saaie manier: creatief boekhouden wordt meestal niet erg gewaardeerd.

Passie
Mijn liefde voor de letteren was nooit ver weg. Ik las veel boeken en volgde een cursus ‘creatief schrijven’. Om meer grip te krijgen op het materiaal van de schrijver, de taal, volgde ik een studie Nederlandse taal en cultuur. Een prachtige opleiding, waarin ik gefascineerd raakte door de verhalen uit de Middeleeuwen. Maar ook een studie die een groot beroep deed op mijn linker hersenhelft: de wetenschap benaderen we vooral rationeel. Na negen jaar was er een titel en een diploma-uitreiking. Een wetenschappelijke carrière zat er – terecht – niet in: de spoeling was dun en er waren veel talentvolle jongeren.

Het werd tijd terug te keren naar die andere kant: het speelse, creatieve, intuïtieve schrijven.

Schrijversvakschool
Zo kwam ik in aanraking met de Schrijversvakschool in Amsterdam. De cursus creatief schrijven bracht, na mijn scriptie voor de studie Nederlandse taal en cultuur, het plezier in mooie verhalen terug. Bijkomend voordeel: de teksten hoefden niet ‘af’ te zijn.

Dat er ook een vierjarige opleiding was, wist ik al een tijdje. Maar om daar zo rond mijn vijftigste nog aan te beginnen? Was het niet beter van het leven te genieten? De kinderen stonden op eigen benen. Nu was er ruimte voor zondagse fietstochten, zeiltochtjes over het IJsselmeer, mooie vakanties naar verre oorden.

Carrièreswitch?
De vergrijzende samenleving vraagt van ons dat we langer doorwerken. Vijftigers zitten meestal pas op 2/3 van hun arbeidzame leven. Toch staat de arbeidsmarkt niet te springen om oudere werknemers in dienst te nemen. Word je na je 45ste werkloos, zie dan nog maar eens een andere baan te vinden. Blijven zitten waar je zit lijkt dus het devies.

Is het dan nog wel zinvol het roer om te gooien en iets heel anders te gaan doen? Had het, in mijn geval, nog zin een nieuwe opleiding te starten? Wat zijn mijn beroepskansen als schrijfster, haal ik de jeugd ooit nog in? En, o eeuwige twijfel, wie zit er eigenlijk op mijn schrijfsels te wachten?

Èn – èn
De drang om te schrijven bleef – èn het verlangen daarin het uiterste uit mezelf te halen. Dus hakte ik de knoop door en vind ik mezelf nu ineens terug in het vierde en laatste jaar van de Schrijversvakschool.

Nog steeds verdien ik mijn geld met cijfers, waar ik gelukkig veel plezier in heb. De letters hebben echter ook hun intrede gedaan. Ik heb geen moment spijt gehad van mijn besluit om me ook daarin te professionaliseren.

De moraal
De afgelopen drie jaar heb ik veel geleerd over de technische kanten van het schrijven en ik geniet van de interactie met medestudenten-schrijvers. Ik heb in ieder geval al bewezen dat ik niet te oud ben om te leren. Of ik de wereld nog zal kunnen verrassen met mooie verhalen? Zal de roman die in mijn hoofd zit er ooit komen? Geen idee.

Onmogelijk is het niet: Frank McCourt debuteerde op zijn 66ste met ‘De as van mijn moeder’. Ik ben pas 50plus. Dus ik heb nog even de tijd om de wereld te veroveren.

Geplaatst in Schrijversleven | 15 reacties

Schrijver, wanneer ben je dat eigenlijk?

Schrijver

 

Vorig jaar bracht ik een weekje door in de Morvan. We logeerden in een sfeervol chambre d’hôtes, gevestigd in de oude notariswoning van een haast verlaten Frans dorpje. ’s Avonds werd het diner in de tuin geserveerd, met een tiental Nederlanders genoten we van de culinaire uitspattingen van chef-kok Jeroen. Op de laatste avond was er dan toch die bijna onvermijdelijk vraag: ‘wat dóe je eigenlijk?’ Mijn antwoord kwam in een reflex: ‘ik ben schrijfster.’ Op dat moment gebeurden er twee dingen: ik schrok van mijn eigen stoutmoedigheid, én het gezelschap viel even stil.
Om met het laatste te beginnen: die stilte was veelzeggend, volgens mijn tafelgenote. Zij grapte dat er ter plekke een aureooltje om mijn hoofd verscheen. Nu ben ik niet bepaald statusgevoelig, dus mij was dat helemaal ontgaan. Na wat uitwisselingen over wát ik dan schrijf ging het gesprek over op de beroepsmatige activiteiten van anderen. De opmerking van mijn tafelgenote liet mij echter niet los: kennelijk dichten wij aan schrijvers (en andere kunstenaars) een bepaald gezag toe. Maar waarom eigenlijk, en waar komt dat vandaan?

Het aanzien van de schrijver
Ik startte een klein onderzoekje en wandelde met zevenmijlslaarzen door de westerse wereldgeschiedenis. Om te beginnen bij de Egyptenaren: daar was de beheersing van het hiërogliefenschrift een ware kunst, die van vader op zoon werd overgedragen. Schrijvers waren niet zomaar klerken, maar hoge ambtenaren, die de wijsheid van het verleden bewaakten. Zij vormden een elite die de hoogste posities in het landsbestuur bekleedden. Naast administreren is schrijven ook verbeelden, en bij de oude Grieken genoten (toneel)schrijvers hoog aanzien. In het Romeinse Rijk werd het schrijven een ambacht dat op school onderwezen werd – weliswaar alleen aan jongens, en met de nadruk op retorica. Ook in de middeleeuwen werd meer geschreven dan ik dacht. In museum Meermanno in De Haag ontdekte ik zelf hoe moeilijk het is om tekst met een ganzenveer op duur perkament of schaars papier te schrijven. Met recht monnikenwerk.
Naar de positie van verhalenvertellers in niet-westerse samenlevingen heb ik niet gezocht – daar is meestal geen schriftelijke overlevering van. Maar in mijn romantische fantasie zag ik dorpsoudsten en wijze vrouwen die verhalen van hun voorouders doorvertelden en daarmee het respect van de rest van de gemeenschap afdwongen.
Moderne auteurs zien we vaak als authentieke, eigenzinnige mensen met een eigen mening. De moderne visie op creativiteit en de oorspronkelijkheid van kunst stamt overigens uit de 19e– eeuwse Romantiek. Tot die tijd was het geen enkele schande om voort te borduren op werk van voorgangers: translatio, imitatio en aemulatio, zoals men in de Renaissance aanhield.

Wat is een schrijver?
De oplettende lezer zal gemerkt hebben dat er in het voorgaande stukje verschillende begrippen door elkaar lopen. Want wat is een schrijver eigenlijk? Er circuleren veel definities, variërend van ‘iemand die schrijft’ – zoals de Egyptische klerken en de monniken die boeken overschreven – tot ‘de oorspronkelijke schrijver van een (literaire) tekst bij wie het geestelijk eigendom op die tekst berust’ – ons romantische beeld van creativiteit. Wikipedia houdt het op ‘iemand die een geschreven werk produceert zoals een boek, krantenartikel, script, poëzie of bladmuziek’, maar ook las ik ergens ‘iemand die als beroep boeken schrijft’.  En in die laatste definitie zat mijn aarzeling. Want hoewel ik inmiddels een verhalenbundel (Salsa in de Polder) heb gepubliceerd, verdien ik mijn geld met andere zaken en besteed ik relatief weinig tijd van mijn arbeidzame leven aan het schrijven. Heb ik dan eigenlijk wel het recht om mezelf schrijver te noemen? Van Nelleke Noordervliet weet ik bijvoorbeeld dat ze zich pas na de publicatie van haar tweede boek met veel aarzeling ‘schrijfster’ noemde. Waar haal ik dan de stoutmoedigheid vandaan dat direct na een eerste verhalenbundel al te doen?
Gelukkig zijn er meer definities, en de ruimste ervan biedt soelaas: ik ben tenslotte iemand die schrijft. In onze maatschappij kan bijna iedereen schrijven en of je nu een levensverhaal optekent, verhalen verzint of iedere dag in een dagboek schrijft: steeds meer onderzoeken onderstrepen de heilzame werking van schrijven. Circa 1 miljoen mensen houdt zich wel eens bezig met het schrijven van verhalen of poëzie. En wat zou het mooi zijn als we daar nog veel meer van kunnen maken. Ik schrijf, dus ik mag mezelf gewoon schrijfster noemen. Zonder aureooltje , gewoon omdat het leuk is en omdat het goed is voor mijn geestesgesteldheid. En in de wetenschap dat ik daar niet alleen in ben – of we nu publiceren, of niet.

Geplaatst in Schrijversleven | 1 reactie