Hoe ontstaat een idee?

Onlangs zag ik The Wife. Een film over een Nobelprijswinnende auteur, wiens boeken in het geheim geschreven werden door zijn zichzelf wegcijferende echtgenote. Zíj bracht uren door achter de typemachine, híj leverde de ideeën.
De vraag onder het verhaal intrigeerde me. De morele boodschap was dat echtgenote de prijs verdiend zou hebben met haar noeste arbeid en haar taalvirtuositeit. Maar is het idee dan zoveel minder waard? Je kunt geen verhaal vertellen zonder idee. En waar komen die ideeën vandaan?

Internet
Op internet vind je talloze artikelen over het stimuleren van creativiteit en het aanboren van ideeën. Een site als https://www.plot-generator.org.uk/ maakt het je heel makkelijk. Daar vind je een complete plotleverancier, gerangschikt naar genre.

Onderbewustzijn
As je liever zelf aan het werk gaat, kun je vertrouwen op je onderbewustzijn. Door free writing bijvoorbeeld, gewoon gaan zitten en doorschrijven, in één stroom, al dan niet op muziek of aan de hand van een voorwerp dat je beschrijft. Na een kwartier of een halfuur doorschrijven kun je zien of er iets bruikbaars tussen zit. Een beeld, een thema, een personage waarmee je verder kunt werken.
Ook als je al wat verder bent in het schrijven, loont het soms om ‘gewoon’ door te schrijven en daarna betekenis en samenhang te geven aan dat wat op papier staat.

Echt gebeurd
Autobiografisch schrijven staat volop in de belangstelling. Er zijn volop cursussen die ook de ongeoefende schrijver leren hoe je een levensverhaal kunt schrijven. En als je niet je eigen leven als basis wil nemen, kun je een bekend of minder bekend (historisch) personage nemen. Judith Koelemeijer schreef zowel over haar eigen geschiedenis (Hemelvaart en Het zwijgen van Maria Zachea) als over dat van een ander (Anna Boom). Zoals ook voor Sonny Boy van Annejet van der Zijl mensen van vlees en bloed  de basis vormen.

De krant
Krantenartikelen zijn een dankbare bron voor verhalen. Rascha Peper gebruikte ze regelmatig en dat leverde prachtige verhalen op, zoals de novelle Dooi. Een verhaal over een man die wekenlang vastzit met zijn boot op het IJsselmeer.
Ook mijn idee voor Niet met Opzet ontstond uit een stukje dat ik ooit las. Een toerist viel onder invloed van paddo’s uit een hotelraam. Zelf bleef hij ongedeerd, iemand op een terras onder het raam kwam daarbij om. Wat doet het met je, als je door een stommiteit verantwoordelijk bent voor de dood van een ander? Het was het uitgangspunt voor mijn roman, die vervolgens een ander zwaartepunt kreeg (maar hoe dat werkt is een ander verhaal).

Personages
Je kunt je laten inspireren door mensen die je toevallig tegenkomt.
Een favoriet spel van een van mijn vriendinnen om tijdens etentjes met haar man te fantaseren over de levens van mensen die aan andere tafels zitten.
Zelf stapte ik een jaar geleden in een hotel ’s morgens de lift in op weg naar het ontbijt. Daar stond een jonge man in een werkoverall vol verfvlekken. Nu vraagt een hotel natuurlijk onderhoud, maar zou er echt op een zondag gewerkt worden? De man verontschuldigde zich voor zijn uiterlijk, vertelde in twee zinnen dat hij tijdelijk in het hotel woonde omdat zijn huis was afgebrand. Voor ik verder kon vragen, stapte hij uit. Zijn verhaal  is nog niet geschreven, maar het is een haakje in mijn hoofd dat misschien ooit tevoorschijn komt.

Hoe belangrijk is een idee?
Terug naar de oorspronkelijke vraag: draait het om het idee of om de meters achter de laptop?
Ooit dacht ik dat de kunst van het schrijven er in lag om die éne, briljante roman te schrijven. Tot ik me realiseerde dat ieder verhaal al eens is verteld. Boeken als The Seven Basic Plots van Christopher Booker of De 36 dramatische situaties van Jan Veldman geven aan dat er maar een beperkt repertoire is van basisverhalen die we elkaar vertellen.
Toch is dat geen reden om de schrijfpen dan maar aan de wilgen te hangen. Iedereen vertelt een  verhaal op zijn eigen, unieke manier. Met een eigen stem, beelden die bij de schrijver en bij zijn tijd passen.
Daarvoor is zitvlees nodig, en doorzettingsvermogen. Gewoon aan het werk gaan, zinnen produceren, schrappen en doorschrijven.
Een verhaal kan niet zonder een idee, maar dat idee kan alleen maar uitgewerkt worden door eraan te werken. Waarbij het schrijven trouwens het leukste werk is dat ik me kan indenken.

 

 

 

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen

Schrijfopleidingen – zin of onzin?

Find_your_voice._express_yourself._creative_writing.

‘Schrijven – kun je dat dan léren? Dat moet je toch gewoon dóen?’
Ondanks alle schrijfcursussen, -retraites, -coaches, -workshops en -opleidingen die worden aangeboden op het gebied van (fictie) schrijven, is dit een opmerking die regelmatig terugkomt. Bij beeldende kunstenaars kijkt niemand er vreemd van op als zij zich verder bekwamen in de te gebruiken technieken op een kunstacademie. Het vakgebied ‘creatief schrijven’ heeft een dergelijke status in Nederland niet bereikt. Nu wil ik geen reclamepraatje houden en het komt bij mijn weten zelden voor dat je met een uitgeverscontract op zak een schrijfopleiding verlaat. Het volgen van een opleiding heeft mij persoonlijk wel degelijk wat opgeleverd.

Verslaving

Een voorbehoud is op zijn plaats: ik lijd persoonlijk aan een lichte verslaving als het gaat om het volgen van een opleiding. Een ander vindt haar of zijn ontspanning op de tennisbaan, een mooie film of een bezoek aan de sportschool – mijn ultieme plezier ligt in het oppakken van een studieboek. Of het nu gaat om een cursus filosofie, modules cultuurwetenschappen aan de Open Universiteit of het leren van Spaans of Italiaans, ik draai er mijn hand niet voor om.

Schrijfcursussen

Ook op het gebied van schrijfcursussen ben ik langzamerhand expert. Voor mijn plezier volgde ik laagdrempelig cursussen bij individuele docenten of een volksuniversiteit. Met gelijkgestemden vormde ik een schrijversgroepje dat inmiddels al 24 jaar bij elkaar komt, zij het in wat uitgedunde vorm.
Na een paar losse cursussen besloot ik mijn schrijversambities eindelijk serieus te nemen en ik koos voor een gedegen (deeltijd)opleiding.

Techniek

Schrijven is inderdaad vooral een kwestie van dóen, zoals dat ook voor andere kunsten geldt. Maar het helpt om technieken aangereikt te krijgen en niet zelf het wiel uit te hoeven vinden. Welk perspectief kies je, vertel je je verhaal in een tegenwoordige of verleden tijd, welke consequenties heeft dit voor je verhaal? Hoe bouw je een plot, hoe vind je je eigen, persoonlijke stijl? Veel, heel veel informatie is tegenwoordig ook te vinden in de vele schrijfblogs op internet. Voor mij persoonlijk werkte het contact met een schrijfdocent beter. Ik maakte iedere week nieuwe oefeningen en zette me over mijn schroom heen door door mijn teksten in een groep voor te lezen.

Wat heeft het gebracht

Schrijven is ook een kwestie van discipline, een kwestie van ‘bijven zitten tot het er staat’, zoals Kees van Kooten ooit zei. Dat is het eerste wat de schrijfopleiding me heeft geleerd: niet wachten op inspiratie, maar gewoon gaan zitten en aan het werk gaan.
Minstens zo belangrijk zijn de contacten die ik aan de opleiding heb overgehouden. Met een groepje eerstejaars komen we nog steeds bij elkaar. We lezen elkaars teksten, geven commentaar en motiveren elkaar als het even tegenzit. Discipline en contacten dus, meer dan alle aangereikte technieken en lessen. Want, zoals W. Somerset Maugham ooit constateerde: Er zijn drie regels voor het schrijven van een boek. Helaas weet niemand wat die zijn.’

Geplaatst in Geen categorie | 2 reacties

Schrijftijd

hourglass-1290532__480

‘Wat was het moeilijkste bij het schrijven van uw boek?’ Die vraag kreeg ik tijdens een lezing en ik antwoordde met een verhaal over het structureren en doseren van informatie. Het bouwen van een verhaal vraagt veel aandacht en ambachtskunst. Later die avond realiseerde ik me dat dit niet het échte probleem is. Verteltechnieken krijg ik steeds meer in de vingers, maar er is een ander, wezenlijker struikelblok waar ik tegen aan loop: hoe vind ik de tijd  – en de rust – om te schrijven?

Dubbele pet
Naast het schrijven van verhalen heb ik namelijk nog een ander, werkzaam bestaan. En dat arbeidzame leven slokt veel van mijn tijd en aandacht op, waardoor het schrijven er te vaak bij in dreigt te schieten. Hoe doen anderen dat? Een korte rondvraag in mijn omgeving leerde me dat ik niet de enige bent die hiermee worstelt. Ideeën zijn er genoeg – wat vaak ontbreekt is tijd om ze op papier te krijgen. Zelfs gevestigde auteurs is het niet altijd gegeven fulltime schrijver te zijn. Soms combineren ze hun schrijverschap met activiteiten als docent of begeleider van beginnende auteurs. Of hebben ze bijbanen als postbode of nachtportier. En zelfs áls ze fulltime schrijver zijn: hoe productief ben je als je acht uur per dag tot je beschikking hebt? Besteed je die aan die éne roman, of komen er andere klussen tussendoor? Columns die ingeleverd moeten worden, overleg met een redacteur – ook dat hoort bij het schrijverschap.

Asociaal?
Ook als er geen carrières zijn die een beroep op je doen, komt het echte leven er vaak tussendoor. Je kunt een gezin hebben met (kleine) kinderen of hulpbehoevende ouders moeten bijstaan. Er kunnen vrienden zijn die een beroep op je doen. Een partner die je verwent met een uitje op een moment dat je zelf het liefst aan je verhaal had willen werken. Om maar te zwijgen van de grote drama’s in het leven: ernstige ziektes, echtscheidingen, sterfgevallen. Soms lees je dat je als schrijver dan maar asociaal moet zijn en voor jezelf moet kiezen. Hoe doe je dat in een tijd waarin sociale netwerken dankzij voortschrijdende media groter zijn dan ooit?

Schrijfritme
Schrijven is een individueel proces, voor iedereen werkt het anders. De één werkt het liefst ’s morgens, een ander gaat tot diep in de nacht door. Sommigen hebben een vaste schrijfdag in de week, anderen schrijven het liefst iedere dag, en een enkeling gebruikt een vakantie om een roman vorm te geven. De één werkt aan verhalen in een drukbezocht café of met de laptop op schoot terwijl de rest van het gezin tv kijkt. Een ander heeft behoefte aan meer afzondering. Veel medeschrijvers droomden van een (schrijf)blokhutje in de tuin, een eigen kamer, een kantoor buitenshuis of een schrijfretraite.

Wat werkt voor mij?
In de afgelopen jaren heb ik twee belangrijke persoonlijke ontdekkingen gedaan. Ik schrijf het liefst ’s morgens, als ik nog half in de nacht zit, voor de wereld mijn aandacht opeist. Én het werkt voor mij het beste als ik íedere dag kan schrijven, al is het maar een kwartiertje. Iedere dag éven contact maken met het verhaal en er op vertrouwen dat het schrijfproces in mijn onderbewustzijn de rest van de dag doorgaat. Het lukt niet altijd en in periodes waarin mijn werkzame leven zich in al haar hectiek doet gelden is mijn dagelijkse schrijfmoment het eerste dat ik opgeef. Dit zijn de dagen van goede voornemens. Voornemens waarvan het ongelooflijk moeilijk is ze ook echt wáár te maken en ik zal mezelf er dan ook regelmatig aan moeten herinneren. Maar ik ga er voor: mijn dagen beginnen met schrijven.

Geplaatst in Geen categorie | 5 reacties

Volg je hart?

Ben je ooit te oud om iets nieuws te ondernemen? Onze levensverwachting stijgt gestaag,  toch worden we vanaf ons 50ste genadeloos ingedeeld bij de senioren. Kun je de wereld dan nog veroveren als aanstormend talent? En, als men vindt dat het niet kan, waarom zou je het nog proberen?

 Te oud
De sportschool organiseert speciale fitnesstrainingen, er zijn aparte tijdschriften voor ouderen en er wordt zelfs een 50Plus beurs georganiseerd. We zien beelden van stralende, energieke ouderen – maar toch knaagt er iets. Want de 75-jarige die zijn eerste parachutesprong maakt, noemen we roekeloos. En de vrouw van 68 die op een zware BMW-motor door de straat scheurt maakt zichzelf vooral belachelijk. En hoe zat het met die veelbelovende zanger, die ooit bij een van de vele talentenshows vroegtijdig werd weggestemd? De motivatie? Zijn toekomst lag voornamelijk achter hem.

Parachute

Jeugddroom
Al jaren speelt mijn werkzame leven zich af in de administratieve sector. Niet dat ik er ooit van droomde boekhoudster te worden. Journaliste wilde ik zijn. Verslag doen van het onrecht, reizen naar de brandhaarden van de wereld. Of, liever nog, schrijfster. Een rustig, beschouwend leven. De wereld verrassen met mooie verhalen.

Het leven kwam er tussendoor. Er moest geld verdiend worden, want de huur van mijn kamer kwam iedere maand terug. Later was er een huis, en de hypotheek. Er kwamen kinderen die zorg nodig hadden.

Het vak waarin ik min of meer toevallig verzeild was geraakt, bleek een goede basis. En dus verdien ik tot op heden mijn geld op een gedegen, soms ietwat saaie manier: creatief boekhouden wordt meestal niet erg gewaardeerd.

Passie
Mijn liefde voor de letteren was nooit ver weg. Ik las veel boeken en volgde een cursus ‘creatief schrijven’. Om meer grip te krijgen op het materiaal van de schrijver, de taal, volgde ik een studie Nederlandse taal en cultuur. Een prachtige opleiding, waarin ik gefascineerd raakte door de verhalen uit de Middeleeuwen. Maar ook een studie die een groot beroep deed op mijn linker hersenhelft: de wetenschap benaderen we vooral rationeel. Na negen jaar was er een titel en een diploma-uitreiking. Een wetenschappelijke carrière zat er – terecht – niet in: de spoeling was dun en er waren veel talentvolle jongeren.

Het werd tijd terug te keren naar die andere kant: het speelse, creatieve, intuïtieve schrijven.

Schrijversvakschool
Zo kwam ik in aanraking met de Schrijversvakschool in Amsterdam. De cursus creatief schrijven bracht, na mijn scriptie voor de studie Nederlandse taal en cultuur, het plezier in mooie verhalen terug. Bijkomend voordeel: de teksten hoefden niet ‘af’ te zijn.

Dat er ook een vierjarige opleiding was, wist ik al een tijdje. Maar om daar zo rond mijn vijftigste nog aan te beginnen? Was het niet beter van het leven te genieten? De kinderen stonden op eigen benen. Nu was er ruimte voor zondagse fietstochten, zeiltochtjes over het IJsselmeer, mooie vakanties naar verre oorden.

Carrièreswitch?
De vergrijzende samenleving vraagt van ons dat we langer doorwerken. Vijftigers zitten meestal pas op 2/3 van hun arbeidzame leven. Toch staat de arbeidsmarkt niet te springen om oudere werknemers in dienst te nemen. Word je na je 45ste werkloos, zie dan nog maar eens een andere baan te vinden. Blijven zitten waar je zit lijkt dus het devies.

Is het dan nog wel zinvol het roer om te gooien en iets heel anders te gaan doen? Had het, in mijn geval, nog zin een nieuwe opleiding te starten? Wat zijn mijn beroepskansen als schrijfster, haal ik de jeugd ooit nog in? En, o eeuwige twijfel, wie zit er eigenlijk op mijn schrijfsels te wachten?

Èn – èn
De drang om te schrijven bleef – èn het verlangen daarin het uiterste uit mezelf te halen. Dus hakte ik de knoop door en vind ik mezelf nu ineens terug in het vierde en laatste jaar van de Schrijversvakschool.

Nog steeds verdien ik mijn geld met cijfers, waar ik gelukkig veel plezier in heb. De letters hebben echter ook hun intrede gedaan. Ik heb geen moment spijt gehad van mijn besluit om me ook daarin te professionaliseren.

De moraal
De afgelopen drie jaar heb ik veel geleerd over de technische kanten van het schrijven en ik geniet van de interactie met medestudenten-schrijvers. Ik heb in ieder geval al bewezen dat ik niet te oud ben om te leren. Of ik de wereld nog zal kunnen verrassen met mooie verhalen? Zal de roman die in mijn hoofd zit er ooit komen? Geen idee.

Onmogelijk is het niet: Frank McCourt debuteerde op zijn 66ste met ‘De as van mijn moeder’. Ik ben pas 50plus. Dus ik heb nog even de tijd om de wereld te veroveren.

Geplaatst in Schrijversleven | 15 reacties