Mijn dierbare voorwerp

touareg

Als ik mijn verhaal loslaat over de dingen
dan kan ik het verhaal horen van de dingen
                                                     (David Dewulf)

Ik ben geneigd mezelf te zien als iemand die niet zo hecht aan spullen. In mijn jeugd verhuisden we te vaak, later was er een overijverige grootvader die het op mijn twaalfde tijd vond mijn speelgoedbarbies en kinderboeken rigoureus bij het grof vuil te zetten. Een schelpenverzameling werd in een onbewaakt ogenblik door een schoonmaakster weggegooid, mijn zondagse jurken en lievelingstruien schoven door naar jongere nichtjes.

Onthecht
Al vroeg leerde ik dus dat je alles wat je bezit net zo makkelijk weer kwijt kunt raken. Je kunt je dus maar beter niet te veel binden aan aardse zaken.  Zonder ooit van Plato of Boeddha gehoord te hebben, moet ik aardig in de richting gekomen zijn van hun ideaalbeeld: het opgeven van individueel bezit. Mijn drijfveer was praktischer: ik wilde vooral reizen en ongebonden zijn, en wat moet je dan met een overdaad aan spullen? (Pas veel later ontdekte ik dat de woonwagens van de door mij zo bewonderde zigeuners niet voller konden staan met snuisterijen, maar dit terzijde.)

Verhuizen
Ook in mijn leven als jong volwassene was bezit vooral lastig: als ik weer eens naar een nieuwe kamer verhuisde, kwam het goed uit dat ik niet meer dan een koffer of een paar vuilniszakken nodig had
Een paar zaken overleefden mijn zwervende bestaan: een exemplaar van het dagboek van Anne Frank, gekregen van mijn grootvader voor mijn vijftiende verjaardag,  de elpee van Jesus Christ Superstar , een kralenketting van mijn oma die hopeloos uit de mode was – al jaren liggen ze veilig opgeborgen op zolder, samen met vergeelde brieven en  fotoalbums die ik nooit meer inkijk. Mijn herinneringen zijn levendig genoeg.

Gesetteld
Pas na de geboorte van mijn kinderen nam mijn bezit aan materiële zaken toe. Waar ik alleen meer dan genoeg had aan een tweekamerflatje, bleek nu een eengezinswoning mét garage te klein.
Vol verbazing reed ik ieder jaar wel een paar keer naar kringloopwinkel of stortplaats, als kinderfietsjes alweer te klein waren geworden, puzzels onvolledig of spelletjes te kinderachtig.  Altijd enigszins in het geniep, want mijn kinderen hebben mijn nonchalance ten aanzien van het materiële niet geërfd en zijn behept met een onstuitbare verzamelwoede.

De omslagdoek
Inmiddels is mijn dochter het huis uit en bij het opruimen van haar kamer vond ik een doos vol oude verkleedkleren. Ik wilde de hele doos al weggooien, toen ik onderin de simpele, zwarte doek zag liggen. Voorzichtig trok ik de sjaal tevoorschijn en begroef mijn neus in het katoen. De oorspronkelijk geur was allang vervangen door een vaag restant van wasverzachter. Maar ik was weer terug in de Sahara, die eindeloze lege zandvlakte. Ik was jaloers op de Touareg, de ‘blauwe mannen’ die eeuwenlang de karavaanhandel door de woestijn domineerden. Eén van deze mannen nodigde me uit voor een kop thee met zijn vrouw in een schamele tent, waar geiten en kinderen de ruimte deelden.  Ik rook weer de stank van de urine in het stro, proefde de scherpe smaak van hun muntthee. Bij het afscheid ruilde ik een van mijn T-shirts voor deze sluier, symbool van het door mij zo geïdealiseerde nomadenleven.
En, met deze sjaal in mijn handen, bedenk ik me dat het dan tóch een voorwerp is dat mijn desinteresse in het materiële het beste weet te verbeelden.

Geplaatst in Geen categorie | 1 reactie

Twitter

twitterIk had nooit zoveel met twitter. In 2011 maakte ik in een opwelling een account aan. Drie jaar later heb ik een ongeveer twintig volgers en ben ik zeven hele tweets verder. Maar nu ik besloten heb naar buiten te treden met mijn schrijfactiviteiten wil ik dat professioneel aanpakken. En daar hoort twitter bij. Dus meld ik me aan voor een individuele twitterworkshop bij Corrie Gramser van Zinexprez.

Wat wil ik?
Alles begint met de eerste vraag: ‘Wat wil je bereiken met Twitter?’
Twitter lijkt mij vooral een simpele manier om snel een grote groep mensen te kunnen bereiken.
Ooit hoorde ik in een radio-interview verkoopcijfers van de thrillers van Simone van der Vlugt. Per boek verkoopt ze al gauw 200.000 tot 300.000 exemplaren. De getallen zijn blijven hangen.
‘300.000 volgers,’ grap ik.
Corrie reageert droogjes. ‘Daar gaan we aan werken.’

 Wie wil ik zijn?
Mijn profielfoto dateert nog uit de tijd waarin ik mijn eerste voorzichtige schreden op het internet zette. Anoniem, en niet helemaal herkenbaar.
Dat moet anders, vindt Corrie. Mensen willen zien met wie ze te maken hebben. Meestal ben ik niet zo enthousiast over mijn eigen foto’s, maar een vriendin biedt uitkomst. Daarmee ben ik er nog niet: behalve een profielfoto moet er ook een omslagfoto komen. Een afbeelding die iets over jezelf vertelt. Het is even puzzelen, maar ook daar kom ik uit. Eén van de wonderschone plaatsen op aarde die ik ooit bezocht. En toegegeven, het spreekt me direct al meer aan dan een saaie blauwe achtergrond.
Tot slot de bio: welke informatie geef ik over mezelf prijs? Ik bedenk een tekst, kan hem altijd later nog veranderen.

Volgen en gevolgd worden
Twitter-etiquette vereist dat je je volgers terug-volgt. Met mijn twintig contacten is dat niet zo’n probleem, al maak ik een uitzondering voor het enkele bedrijf dat mij puur om commerciële redenen heeft toegevoegd. Corrie legt uit hoe ik lijsten kan maken om mijn volgers te groeperen. Ze laat me zien hoe ik privé-berichten kan versturen, wat de bedoeling is van de mentions (@) en de hashtags # en hoe ik iemand kan ontvolgen of zelfs blokkeren.
Ik hang aan haar lippen en verstuur ter plekke een volgende tweet. Er kan meer met Twitter dan ik van tevoren zelfs maar kon vermoeden.

Wat tweet je?
Mijn grootste probleem met twitter was de eindeloze stroom redelijk nietszeggende berichtjes. Maar wat is nu een goede tweet? Op berichten over de samenstelling van mijn diner zit de wereld niet te wachten. Maar waar loopt de grens tussen ‘kijk mij eens leuk bezig zijn’ en serieuze aandacht voor promotieactiviteiten?
En hoe vaak tweet je eigenlijk?Een tweet heeft een levensduur van hooguit tien a vijftien minuten. Meerdere tweets per dag zijn dus niet overbodig. Gelukkig zijn er handige tools, zoals een bufferapp, waarmee je meerdere berichten van te voren klaar kunt zetten. Dat gaat dan wel ten koste van de actualiteit, maar scheelt een hoop tijd. 

De praktijk
Ik zet een aantal tweets klaar en ga actief op zoek naar mensen die ik wil volgen door in mijn kleine netwerk te kijken. Van twitter ontvang ik regelmatig mails met suggesties, ook daar vind ik waardevolle contacten.
Met verbazing zie ik hoe mijn netwerk groeit. Anders dan bij platforms als Facebook en LinkedIn kom ik hier vooral in contact met mensen die ik nog niet ken. Er blijkt een grote community te bestaan van gelijkgestemden: mensen die van boeken houden en dol zijn op lezen en schrijven.
De workshop ligt inmiddels een week of vier achter me. Met regelmaat stuur ik tweets de wereld in of retweet ik interessante meldingen van anderen. Mijn volgersaantal is vermenigvuldigd. Al zal het nog wel even duren voor de 300.000e volger in zicht is.

 

Geplaatst in Geen categorie | 3 reacties