Eindeloze eentonigheid strekt zich uit langs de Franse snelweg. Mara herinnert zich hoe ze lang geleden naar de halmen staarde die zachtjes met de wind mee wiegden. Toen stond de berm vol met klaprozen. Coquelicots, zo had Pierre ze genoemd. ‘Net zo mooi als jij.’
Ze had erom gelachen, het woord herhaald en gezegd dat dit voortaan haar lievelingswoord zou zijn.
Nu staat er geen tarwe op het land en is de aarde kaal en donker. Een goede afspiegeling van hoe ze zich voelt.
Haar therapeute was duidelijk geweest. ‘Je moet de confrontatie aangaan. Het uitspreken, hem confronteren met wat het met je gedaan heeft. Zolang je dat niet doet, blijf je die nachtmerries houden.’
Mara verlaat de snelweg. Het landschap verandert en wordt heuvelachtig, langs de weg staan meer bomen. Toch nog onverwacht ziet ze het bord. Camping du Lac. Ze mindert even vaart en rijdt dan door. In deze tijd van het jaar is de camping gesloten. Haar vakantiehuisje is even verderop, vlak voor het dorp. Het is al donker als ze de oprit oprijdt. Ze toetst de code in die ze van de verhuurder kreeg en dan staat ze binnen. Haar weekendtas is zwaar, ze laat hem van haar schouder glijden en met een plof komt de tas op de grond terecht. In de keuken staat een fles wijn voor haar klaar, naast een vers stokbrood en een paar Franse kaasjes. Vanavond is er goed voor haar gezorgd, hier heeft ze meer dan genoeg aan.
De lange rit zit nog in haar benen, toch voelt ze er weinig voor in het donker nog een stuk te gaan lopen. Binnen is het behaaglijk warm, van de herfstkilte is hier niets te merken. Mara nestelt zich op de bank met een glas wijn. Morgen gaat het gebeuren. Hij woont hier nog, Pierre. Ze vond hem terug op Facebook. Een kalende veertiger, van wie alleen de ogen haar nog doen denken aan de sprankelende jongen van toen.
De beelden die haar op de meest onverwachte momenten plagen komen opnieuw terug.
Zestien was ze, die zomer. Een vakantie met haar ouders, die het als een laatste poging beschouwden om hun falende huwelijk te redden. Het werkte niet, al na twee dagen vertrok haar vader iedere ochtend met een paar andere campinggasten voor lange wandeltochten in de omgeving. Haar moeder installeerde zich voor de tent met een boek. In en om hun tent heerste een ijzige stilte. Mara zwierf over de camping, waar vooral gezinnen met jonge kinderen stonden, ging naar het meer om te zwemmen of wandelde naar het dorp.
Die lange, Franse jongen was haar de eerste dag al opgevallen. Ze zag hoe hij sluikse blikken in haar richting wierp, toch duurde het nog twee dagen voor Pierre haar aansprak. Hij was de zoon van de campingeigenaar, vertelde hij. Ze hadden niet veel woorden nodig om elkaar te begrijpen, al werden haar Frans en zijn Nederlands iedere dag beter. Het begon met zoenen, na een paar dagen schoof zijn hand onder het bovenstukje van haar bikini. Zonder het uit te spreken, wist Mara wat er die laatste avond zou gebeuren.
Pierre nam haar mee naar een oude schuur op een terrein naast de camping. Voor de vorm sputterde ze wat tegen, maar hij was liefdevol en vol overgave liet ze hem begaan. Tot ze gestommel in de deuropening hoorde. Twee jongens, die ze vaker met Pierre had gezien, keken toe, een begerige blik in hun ogen. Pierre wenkte hen. Mara schreeuwde, maar kon weinig beginnen tegen drie sterke jongens.
Eindelijk kon ze wegkomen, huilend liep ze naar hun plek op de camping. Al aan het begin van het pad waar hun tent stond, hoorde ze de stemmen van haar ouders. De stilte die ze anderhalve week in acht hadden genomen had plaatsgemaakt voor een heftige ruzie. Mara liep hun tent voorbij en ging die van haar binnen. Ze pakte haar toiletspullen en strompelde naar de douche. Niets zou ze zeggen, haar ouders hadden genoeg aan hun eigen problemen. Het was haar eigen schuld. In haar naïviteit had ze het bedrog van Pierre geen moment voorzien. Ze schaamde zich, in de douche dacht ze alles van zich af te kunnen spoelen.
De volgende ochtend reden ze al vroeg weg, terug naar Nederland. Pierre heeft ze nooit meer gezien.
Na een rusteloze nacht is Mara blij als het daglicht door de gordijnen kiert. Vandaag gaat het gebeuren. Behoedzaam haalt ze de Glock 19 uit haar weekendtas. Het was verrassend eenvoudig geweest om aan een wapen te komen. Waar Internet al niet goed voor is, tegenwoordig. Inwendig grinnikt ze: dit is vast niet wat haar therapeute met een confrontatie bedoelde. Toch is dit de enige manier om een einde te maken aan de nachtmerries die haar nog steeds achtervolgen. Haar leven is vijfentwintig jaar geleden gestopt, wat de consequenties ook zullen zijn van wat ze nu van plan is, erger kan het niet worden.
Ze stopt het wapen in de zak van haar jack en loopt de straat op. Een adres heeft ze niet, maar hoe moeilijk kan het zijn iemand te vinden in een dorp waar nog geen tweehonderd mensen wonen? De weg kronkelt zich langs oude stenen huizen met luiken voor de ramen. Even verderop is de bakker, weet ze nog. Ze koopt twee croissants en knoopt een praatje aan, vertelt dat ze hier vroeger vaak is geweest. Nonchalant noemt ze de zoon van de campinghouder en zegt dat ze hem graag nog eens zou zien.
De bakkersvrouw glimlacht breed. ‘Een charmeur, dat was het. Tegenwoordig is hij een brave huisvader.’ Ze legt haar zonder terughoudendheid uit waar ze zijn huis kan vinden.
Mara volgt haar instructies, Pierres huis ligt achter de hoofdweg. Ze is er bijna, als de deur openzwaait. Pierre stapt naar buiten, aan zijn hand een jong meisje van een jaar of zes. Vol vertrouwen kijkt het kind naar hem op. ‘Gaan we paddenstoelen zoeken, papa?’
Haar zien ze niet, ze lopen de andere kant op.
Mara tast in haar zak en voelt het koele metaal van het wapen. Ze zet een paar stappen achter het stel aan. Kinderlijk eenvoudig is het, op deze afstand kan ze niet missen. Er is niemand op straat, ze zou er zelfs mee weg kunnen komen.
Het meisje huppelt enthousiast naast haar vader. Ze neuriet een liedje dat Mara niet kent, haar regenlaarsjes hebben een motief met klaprozen.
Mara slikt en houdt haar pas in. Ze blijft het stel nakijken tot ze de hoek omslaan, dan draait ze zich om.
